Kleurstoffen: de gezonde vriend of ongezonde vijand?

Kleurstoffen zijn veelvoorkomende stoffen die aan ons voedsel worden toegevoegd. Je denkt in eerste instantie wellicht aan kleurstoffen in snoep en zoetigheid maar ook aan bijvoorbeeld wijn of gegrilde kipstukjes kunnen kleurstoffen zijn toegevoegd. Wat onze ogen ons vertellen over een product, heeft een grote invloed op hoe we de smaak ervan ervaren. Ze zijn dan ook een populair middel voor producenten om die smaakbeleving te beïnvloeden. Consumenten worden echter steeds wantrouwiger ten opzichte van kleurstoffen en andere kunstmatige toevoegingen. Maar zijn die zorgen altijd terecht?

Kleurstoffen: goed en slecht!

Er bestaan grofweg zo’n tachtig gangbare voedingskleurstoffen. Die grote groep is eenvoudigweg niet in zijn geheel als goed of slecht te bestempelen. Zo zijn er kunstmatige kleurstoffen en natuurlijke kleurstoffen. Hoewel ‘kunstmatig’ een negatieve bijklank heeft, hoeft die term niet meteen te betekenen dat iets ongezond is. Net zoals dat iets wat ‘natuurlijk’ is, niet automatisch ook goed voor je is.

Zo zijn er kleurstoffen waar niemand zijn wenkbrauwen bij op zal halen als het in een product verwerkt is. Je kunt daarbij denken aan het rood uit rode bieten, een natuurlijke kleurstof die betanine genoemd wordt en het E-nummer 162 meekrijgt als het apart aan voedsel wordt toegevoegd. Ook karamel, of E150, is een voedingskleurstof maar is gewoon afkomstig van gebrande suiker.

Hoe komt het dan dat we toch zo onze bedenkingen hebben bij kleurstoffen? Dat komt omdat er wel degelijk kleurstoffen zijn geweest die een negatief effect op de gezondheid bleken te hebben. Een voorbeeld daarvan is alkannine, E103. Dit is een roodbruine kleurstof die gewonnen wordt uit planten maar die inmiddels in de meeste landen verboden is als toevoeging aan voedsel.

Bij extern gebruik heeft deze stof antibacteriële eigenschappen. Hij wordt zelfs in kankermedicijnen toegepast. Maar al bij geringe inname is de stof giftig gebleken. Dan zijn er nog kleurstoffen die nog steeds gebruikt mogen worden maar waar we toch ook flinke vraagtekens kunnen zetten. De beruchtste daarvan staan bekend als de ‘Southhampton Six’.

Wat betekend de Southhampton Six?

De Southhampton Six zijn een groep kleurstoffen die erom bekendstaan dat ze tot hyperactiviteit of concentratieverlies kunnen leiden, vooral bij kinderen. De naam is afkomstig van de universiteit die deze kleurstoffen heeft onderzocht.

Het betreft de volgende stoffen: E102 (Tartrazine, geel), E110 (Zonnegeel, geeloranje), E122 (Azorubine, rood), E124 (Ponceau, rood), E129 (Allurarood, rood) en E104 (Chinolinegeel, geel).
Over de negatieve effecten van deze kleurstoffen bestaat geen enkele twijfel en toch worden er nog steeds producten verkocht waar ze in verwerkt zijn. Producenten zijn verplicht een waarschuwing op de verpakking te zetten maar bij bijvoorbeeld geïmporteerde producten ontbreekt die waarschuwing nog wel eens.

Wat betreft kleurstoffen en E-nummers is ons advies dan ook om gewoon de tijd te nemen om te lezen wat er precies in de producten zit die je koopt. Kleurstoffen en E-nummers zijn niet iets om meteen van te schrikken maar zorg dat je weet waar je mee te maken hebt, zodat je gezonde keuzes kunt maken.

>

Gratis 75 recepten ​​​voor gezonde tussendoortjes!

Wil jij het receptenboek ont​vangen?